Recht van nu 9 Procesrecht 9 Een 2e faillissementszitting vanwege Hemelvaart

Een 2e faillissementszitting vanwege Hemelvaart

7 mei, 2024

Hemelvaart is niet alleen een feestdag. Voor veel mensen is het ook een vakantiedag. Als dat wordt gecombineerd met de vrijdag – vaak aangeduid als “brugdag” – en het daaropvolgende weekend, levert dat een lang weekend op.

Voor velen is zo’n “mini-vakantie” rustgevend. In procedures kan dit echter stress of spanning veroorzaken. Dit ondervond de verzoeker in de kwestie die leidde tot de beschikking van de rechtbank Den Haag van 18 mei 2018.

Wat waren de feiten?

Mr. P.J.M. Boomaars was benoemd tot curator in het faillissement van Rusty Zipper Breda B.V. Namens deze vennootschap heeft hij in het tweede kwartaal van 2018 het faillissement aangevraagd van een coöperatie. De rechtbank heeft de behandeling van dit faillissementsverzoek gepland op de zitting van dinsdag 15 mei 2018.

Bij deurwaardersexploot d.d. woensdag 9 mei 2018 is de verweerder opgeroepen voor de faillissementszitting van 15 mei 2018. Het is niet duidelijk op welk tijdstip de deurwaarder de oproeping die dag heeft afgegeven. Omdat niemand op het adres aanwezig was toen de deurwaarder de dagvaarding betekende, is het exploot in een gesloten envelop achtergelaten. Het adres waar de deurwaarder het exploot heeft betekend, betreft een bedrijfslocatie.  

De gedaagde is niet op de zitting verschenen.

De vraag die de rechtbank zichzelf stelde

Hoewel er vijf volle dagen (namelijk donderdag tot en met maandag) zaten tussen de betekening van het oproepingsbericht en de behandeling van de faillissementsaanvraag, zat hier maar één echte werkdag tussen, namelijk de maandag. De andere dagen waren immers Hemelvaartsdag, de brugdag na Hemelvaart, een zaterdag en een zondag.

Met het oog daarop stelde de rechter zichzelf de (voor)vraag of de verweerder tijdig bekend had kunnen worden met de datum en het tijdstip van de faillissementszitting, zodat hij daarbij aanwezig kon zijn en zich hierop had kunnen voorbereiden.

Het oordeel van de rechtbank

In dit kader constateert de rechtbank dat de Faillissementswet wél bepaalt hoe (lees: op welke wijze) een verweerder moet worden opgeroepen. Deze wet regelt echter niets over de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen.

Bij dagvaardingszaken moet ten minste een termijn van acht dagen in acht worden genomen. Een faillissement start echter niet met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift. Daarmee rijst de vraag of die termijn (al dan niet analoog) van toepassing is (of kan zijn). Deze door haarzelf opgeworpen vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. De rechtbank verwijst hiervoor, onder meer, naar het arrest van de Hoge Raad van 12 oktober 2007.   

Omdat ook het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken niets regelt voor wat betreft de termijn die bij een oproeping in acht moet worden genomen, valt de rechtbank daaromtrent terug op de beginselen van een goede procesorde.

Die beginselen brengen met zich mee, aldus de rechtbank, dat een verweerder tijdig bekend moet (kunnen) worden met de datum en het tijdstip van de zitting, zodat hij niet alleen kan verschijnen, maar zich ook voldoende kan voorbereiden. Wat “tijdig” is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Om die reden moet dit van geval tot geval beoordeeld worden.

De rechtbank is van oordeel dat de verweerder in de onderhavige kwestie niet tijdig is opgeroepen. De rechtbank weegt daarbij mee dat het verzoekschrift op woensdag 9 mei 2018 is achtergelaten in een gesloten envelop. Op dat moment was de verweerder derhalve (nog) niet bekend met de faillissementszitting. Rekening houdend met het scenario dat de verweerder die dag niet meer op het bedrijf is verschenen en de daaropvolgende dagen ook niet (vanwege het lange weekend van Hemelvaart), kan niet worden uitgesloten dat de verweerder eerst op maandag kennis heeft genomen van het oproepingsbericht. Dat vindt de rechtbank te kort op dinsdag, zodat niet tijdig is opgeroepen.

Om die reden bepaalt de rechtbank een nieuwe zittingsdatum, op dinsdag 29 mei 2018. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om verweerder nogmaals bij deurwaardersexploot tegen die datum en dat tijdstip op te roepen.  

Wat leert deze uitspraak?

Deze uitspraak was voor de verzoeker ongetwijfeld onpraktisch en onprettig (frustrerend). De procedure nam hierdoor namelijk extra tijd, en daarmee kosten, in beslag. Hij moest de verweerder immers nogmaals oproepen en een tweede zitting bijwonen.

Omgekeerd moet die “overlast” ook niet worden overdreven. Afgezet tegen een behoorlijke procesvoering behoort dat laatste zeker zwaarder te wegen. Want het is niet niets, wanneer het faillissement wordt uitgesproken. Voordat een rechter daartoe overgaat, moet hij er dan ook ten minste van overtuigd zijn dat de verweerder met de zitting bekend was.

In de praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat verweerders niet komen opdagen, omdat het faillissement naar hun inschatting toch onvermijdelijk is. Overigens zijn er zeker ook verweerders die in zo’n situatie onverminderd verschijnen, als teken van respect voor de rechtbank en/of de schuldeiser.

Indien dit ook voor de verweerder reden was om niet te verschijnen, heeft hij door deze aanpak twee weken tijd gewonnen. Als hij namelijk wel verschenen was, zou waarschijnlijk direct het faillissement zijn uitgesproken. Het voordeel voor de verweerder is dan vermoedelijk echter beperkt (tot twee weken vertraging). Op de zitting van 29 mei 2018 zal het faillissement dan ongetwijfeld alsnog zijn uitgesproken.   

Vragen?

Een faillissementsaanvraag is vaak een doeltreffend incassomiddel. Omgekeerd zijn er soms echter zeker nog mogelijkheden om verweer te voeren tegen een faillissementsaanvraag, die de debiteur (aanvankelijk) zelf niet ziet.

Ook blijkt in de praktijk dat er rondom faillissementsaanvragen vaak meer onderhandelingsruimte is dan partijen zelf inschatten. Over het algemeen zijn namelijk slechts weinigen gebaat bij een faillissement. De schuldenaar verliest immers zijn beschikkingsbevoegdheid; de schuldeiser op zijn beurt zal in de regel een groot deel, zo niet alles, van zijn vordering moeten afschrijven.

Al met al kan het dan ook verstandig zijn om u in zo’n situaties goed te laten bijstaan door een professional die vaker met faillissementssituaties van doen heeft. De aan ons kantoor verbonden advocaten adviseren en procederen hierover frequent.

Wilt u iemand zijn faillissement aanvragen? Of heeft iemand uw faillissement aangevraagd, of dreigt die daarmee? Wij bespreken graag met u wat wij voor u zouden kunnen betekenen.